Opdracht 1

Kenmerken van een goede spreekoefening

Bekijk de onderstaande instructies voor spreekopdrachten. Aan welke voorwaarden voor een goede spreekoefening voldoen deze opdrachten? Kruis aan.

1. Niveau A1
Situatie: De cursisten hebben net geleerd wat er gevraagd en gezegd wordt in een winkel. De docent stelt vragen (Wie is er aan de beurt?, Wat kan ik voor u doen? Anders nog iets?) aan verschillende cursisten. De cursisten beantwoorden een vraag als die aan hen gesteld wordt.

De cursisten spreken veel.
Deelname van alle cursisten aan de oefening is gelijkwaardig.
De motivatie van de cursisten om te spreken wordt gestimuleerd.
Het niveau van het taalgebruik is acceptabel.



2. Niveau B1
Situatie: De cursisten hebben een tekst gelezen waarin een pleidooi gehouden wordt voor het gratis toegankelijk maken van het openbaar vervoer. In die tekst worden ook de tegenargumenten besproken.
Instructie: Voer een discussie met de groep over de voor- en nadelen van gratis openbaar vervoer.

De cursisten spreken veel.
Deelname van alle cursisten aan de oefening is gelijkwaardig.
De motivatie van de cursisten om te spreken wordt gestimuleerd.
Het niveau van het taalgebruik is acceptabel.



3. Niveau A2
Situatie: Na de input die nodig is om iemand de weg te kunnen wijzen krijgen Cursist A en Cursist B ieder een plattegrond van een stad of dorp.
A beschrijft de route die op zijn kaart getekend staat. B tekent de route op zijn kaart.

De cursisten spreken veel.
Deelname van alle cursisten aan de oefening is gelijkwaardig.
De motivatie van de cursisten om te spreken wordt gestimuleerd.
Het niveau van het taalgebruik is acceptabel.



4. Niveau A2
Praat in groepjes van drie over de onderstaande stellingen:
Mannen en vrouwen moeten samen het geld voor het gezin verdienen.
Vrouwen kunnen beter kinderen opvoeden dan mannen.
(Uit: Code)

De cursisten spreken veel.
Deelname van alle cursisten aan de oefening is gelijkwaardig.
De motivatie van de cursisten om te spreken wordt gestimuleerd.
Het niveau van het taalgebruik is acceptabel.